|
Uitgangstranformatoren
{Ook
vaak uitgangstrafo of UGT genoemd}
A)
Algemeen /
inleiding:
In technisch opzicht zijn er nogal wat
(natuurkundige) aspecten die
van invloed zijn maar die vallen
buiten het bestek van dit algemene verhaal.
Bij een (gitaar)
buizen versterker, is een uitgangstrafo een belangrijke
schakel
tussen de eind buizen en de luidsprekers.
Nu zijn er (zoals in
vele zaken) goede en minder goede transformatoren.
Als we ons
even beperken tot de gitaar buizen versterkers,
dan hebben we
hier een keuze uit 2 vormen van eind versterking.
Namelijk single
end en balans eind trappen, dus 1 buis (single end)
of 2 / 4 en
soms zelfs 6 of 8 eind buizen die in balans staan.
Single end
wil zeggen 1 eind buis meestal in klasse A ingesteld.
Vaak een EL
84 of 6V6 eind buis en die komen we onder andere
tegen in de
klein vermogen versterkers zoals de Epihone Junior
en Fender
Champ.
Eind trappen in balans zijn vrijwel alle overige merken
/ typen versterkers.
B) En
dan nu de trafo nader
bekeken:
Een
uitgangstrafo bestaat eigenlijk uit twee spoelen
die gewonden zijn op een metalen kern.
(Er zijn o.a. van
Amplimo ook trafo's ontwikkelt die geen
ijzeren kern hebben maar
een kern van ferriet materiaal,
maar die laat ik hier verder
buiten beschouwing)
Voor het gemak noemen die twee spoelen
spoel 1 (primair)
en de andere spoel = nr. 2 (secundair).
>
Spoel 1 is verbonden met de (anodes) van eind buizen
en de
voedingsspanning (CT).
> Spoel 2 verbonden wordt met de
luidspreker(s).
Meestal is spoel 2 door verschillende aftakkingen
en die
wikkeling is simpel aan te passen op luidsprekers
van
4 - 8 - 16 ohm e.d.
Beide spoelen zijn niet
rechtstreeks met elkaar verbonden.
Omdat er bij het aanslaan van
de gitaar het daarbij
behorende signaal door de versterker gaat
en uiteindelijk
via de eind buizen door spoel 1 gaat, ontstaat er
een
elektromagnetisch veld in te trafo die de bijbehorende
stromen doorgeeft aan spoel 2.
(Dit verschijnsel noemt men ook
wel elektrische inductie
of transformatie, vandaar het woord
transformator)
Daarnaast heeft de uitgangstrafo nog 2
belangrijke taken:
1- Zorgen dat de impedantie van de primaire
spoel 1
goed aansluit met de gebruikte eind buizen impedantie
en
in combinatie met spoel 2, dat de overdracht van
het signaal ook
klopt met de impedantie
van de speakers, 4 - 8 16 ohm enz.
2-
Zorgen dat er geen d.c. (gelijkspanning) op de spoel 2
terecht
komt, dus moet de trafo alle d.c. spanningen blokken.
De trafo
zorgt er voor, dat uitsluitend wisselspanning (a.c.)
naar de
speakers wordt doorgegeven, omdat luidsprekers
niet op
gelijkspanningen kunnen werken.
Een goed ontworpen
uitgangstrafo heeft vervolgens rekening
gehouden met onder
meer:
- voltages en stromen die door de transformator gaan.
-
capaciteitsverliezen,
- inductie,
- hysteresis
(vervormingsgedrag van het signaal wat er door
de spoelen
gaat)
- juiste soort ijzer materiaal voor de kern van de trafo,
enz.
Vervolgens is er geen sprake van recht toe recht aan
wikkelen,
maar van het zogenaamde interleaved wikkelen.
Grof
weg doen ze dat vanaf de kern gerekend:
- 2 laagjes vetvrij papier
over het ijzer van de kern, vervolgens
- een laag wikkelen van
spoel 1,
- 1 laagje papier
- dan een stukje van spoel 2,
-
weer 1 laagje papier
- nieuwe windingslaag van spoel 1,
- weer
1 papieren isolatielaag,
- opnieuw 1 laagje wikkelen van spoel 2.
En zo verder tot dat de berekende windingen van zowel
spoel
1 als spoel 2 zijn geplaatst op de kern.
Deze methode was
vroeger (tot plm 1985) heel normaal
in de productie van goede
uitgangstrafo's en worden
vaak "paperwound interleaved
uitgangstrafo" genoemd.
Tegenwoordig gebruikt men plastic
als isolatie materiaal
en kwalitatief minder ijzer kernen.
Daarnaast wikkelt men nu de 2 spoelen op de
recht toe recht
manier; en dus niet meer interleaved.
Dat alles zal wel om
kosten besparende argumenten gaan,
want de huidige generatie
trafo' steken in kwaliteit en verwachte
levensduur magertjes af
bij de oude (vintage) trafo's.
Vergelijk het gemakshalve maar
even met een gitaar element.
Als je de afstand tot de snaren van
het element vergroot,
wordt het geluid dunner.
Draai je het
element dichter naar de snaren toe,
wordt het geluid mooier,
ronder, vetter
en geeft veel meer signaal door aan de
versterker.
En het zelfde gebeurt dus ook met de methode van
wikkelen van trafo's.
De papieren laagjes van paperwound
interleaved trafo's
zijn zo dun dat de verschillende lagen van
spoel 1
en spoel 2 dichter op elkaar zijn gewonden
en de
overdracht dus veel directer is.
Plastic isolatie is dikker
dus dat zorgt al voor een
grotere onderling afstand en omdat de
methode
van recht toe recht wikkelen zorgt voor een nog
grotere
onderlinge afstand van spoel 1 t.o.v. spoel 2
is het totaal van
dit alles vergelijkbaar met het
voorbeeld van je gitaar element
terugdraaien
van de snaren af, dus een dunner / slechter
geluid.
Tot
slot:
Wil
men nog echt goede trafo's dan zal men vaak
helaas
op zoek moeten naar duurdere soorten,
of nieuwe trafo's uit
oude voorraad, ook wel aangeduid
met de term NOS.
(Staat voor
de Engelse / Amerikaanse term "new old stock")
Goede
trafo merken waren vroeger o.a.:
Partrigde, Ultran, Unitran /
Ultron / Philips (*),
Drake, Shuman, Stork, Jensen, Sovtek,
General Electric,
RCA, enz.
(*) Philips maakte onder
andere zelf de V serie trafo's / teerpot trafo's.
Maar ook
onder vele andere sub labels, zoals:
Valvo, Mullard, Brinham,
Pey, Pope, Mazda / en vele andere (private) labels.
Dat gold
ook voor andere elektrische componenten,
zoals buizen e.d.
waarbij gebruik werd gemaakt van
de vele Philips fabrieken en
locaties en
samenwerkingen met AEG, Telefunken, Siemens, Lowe,
Erres, van der Heem enz., waarbij Philips vaak ook
geheel of
gedeeltelijk (mede) eigenaar was.
De producties waren naast
consumenten elektronica ook voor de professionele
markt / militaire
doelgroepen bedoeld, waarbij de kwaliteitseisen hoger lagen.
Gelukkig
voor ons als technici kwamen die onderdelen
ook regelmatig
beschikbaar / terug in de consumenten sfeer.
Tegenwoordig
hebben we nog een paar Nederlandse
transformatoren bedrijven die
voor ons eventueel
goede uitgangstrafo's kunnen wikkelen.
Bijvoorbeeld:
de
firma FNS in Renkum,
de firma A&E Europa in Schagen,
en Amplimo
in Neede.
|